Ongewenst kinderloos: 'Na 3,5 jaar ivf sta ik met lege handen'

Vrouwen vertellen / 20 september 2016
Ongewenst kinderloos: 'Na 3,5 jaar ivf sta ik met lege handen'
Shutterstock
“Heb je een kinderwens”? De arts, die mij net zorgvuldig onderzocht had keek serieus mijn kant op. Daar zat ik. Alleen. De kamer om me heen was wit. En stil.

De co-assistente naast haar keek naar beneden terwijl ze gebiologeerd aan het velletje naast haar nagel zat te pulken. Mijn gedachten flitsten razendsnel door mijn hoofd. Een kinderwens? Ja natuurlijk. Kinderen, dat is toch waar ik voor gemaakt ben. Waarom vraagt ze dit? Ik wil dat. Al jaren. Mijn hoofd maakte overuren en mijn mond was zo droog, dat ik nauwelijks een woord kon uitbrengen. Dus ik knikte en stotterde ja.

'Het staat er niet goed voor'

“Niet te lang wachten”, vervolgde ze ferm. “Het staat er niet goed voor. Je kunt kijken of je lotgenoten kunt vinden en ik zet je op de wachtlijst voor een operatie. De endometriose heeft flink huisgehouden in je lichaam”. Ze schoof 6 folders mijn kant op en stak haar hand uit. Een paar minuten later stond ik op de gang. Ik was 27 en mijn leven ging veranderen, groots en meeslepend.

Dit alles gebeurde 3,5 jaar geleden en in tussentijd heb ik niet stilgezeten. Verre van dat. Ik ben gegaan, tot mijn grens en vervolgens daar ver overheen. Maar dat maakte niet uit, zolang je blijft vechten is er hoop en hoop doet leven.

'Pillen, spuiten, voeding en artsen'

Vriendinnen waren bezig met carrière maken, huizen kopen en werden op het gewenste tijdstip zwanger: “Het ging veel sneller dan we gedacht hadden”. Ik niet, ik was bezig met pillen, spuiten, voeding, artsen en mijn hoofd boven water proberen te houden. Ik onderging twee operaties en spoot emmers vol aan hormonen in mijn lichaam. Drie en een half jaar lang. Door de endometriose voelde ik me vaak ziek en de hormonen -die ervoor zorgde dat ik in de overgang kwam- veroorzaakten een depressie. Maar ik probeerde niet te klagen, positief blijven is mijn middle name. Want we wisten immers waar we het voor deden en het ging ons lukken. Maar het lukt niet. Niet de eerste poging, niet de tweede poging, de derde poging een miskraam, de vierde poging mislukte de ontdooiing en de vijfde poging strandde in de tweede week na de terugplaatsing. Ons mooie embryo bleef verdomme niet zitten.

Terug bij de arts

De arts die ons drie jaar lang begeleidde zat achter haar bureau en deed alsof ze druk in haar computer naar ons dossier zocht. Ik zag dat ze het ook even niet wist. Op zachte toon vroeg ze hoe het naar omstandigheden met ons ging. Mijn stem trilde en ik deed moeite om niet te huilen. De arts draaide haar hoofd naar ons toe en ik zag haar betraande ogen. Daar waar ze altijd positief was geweest over onze kansen, gaf ze nu aan dat het kwartje helaas de verkeerde kant op was gevallen: “Het spijt me. Er is niks meer wat ik voor jullie kan betekenen”.

Ik word niet zwanger. We worden geen ouders. Geen kind. Geen opa en oma. Zoals het nu is zal het blijven.

De omgeving

Ik merk in mijn omgeving hoe beladen dit onderwerp is en hoe lastig mensen het vinden om met slecht nieuws om te gaan: "Kinderen hebben is ook niet alles hoor", "Ik zou als ik jullie was lekker veel op vakantie gaan", “Kun je niet voor adoptie gaan?”, “Je zult zien, als je er niet mee bezig bent, word je ineens zwanger”... een greep uit de goedbedoelde woorden die kunnen inslaan als een bom.

We hebben nog een flinke weg te gaan, maar we gaan er komen. De ene dag kan het gemis van een kind ons zomaar overvallen en wordt de pleister die we zorgvuldig hadden opgeplakt er hard afgetrokken. En dan merk ik: De wond is nog niet gestold.

Vooruit en omhoog

Toch geloof ik dat je vanuit een dal voorlopig alleen maar kunt klimmen. We gaan vooruit en omhoog. Mijn rugtas is inmiddels goed gevuld en mijn wapens zijn geslepen. De berg die wij gaan bewandelen zal soms wat hobbelig zijn, soms met een omweg, meestal hand in hand, al zullen sommige weggetjes zo smal zijn dat we even los moeten laten. Maar mijn vriend, mijn grootste geluk, zal ik nooit uit het oog verliezen. En op een dag zullen we zo ver omhoog geklommen zijn dat hij roept: “Schatje. Gauw, kom kijken! Ik zie de horizon.”


Deel dit:

Geschreven door: Redactie


Volg ons op Instagram